Raadsel van de week no 12

Wie is dit?

De foto is van Jan Plomp.
De hint was: Een wintergast.

Het Antwoord: Een sneeuwgors in winterkleed.

De winnaar is  Sieneke Langelaan.

Haar reactie was:

Ik denk aan een sneeuwgors.
Ik ken ze eigenlijk van de pier bij IJmuiden waar ze elk jaar in de winter wel te spotten zijn. Ze fourageren met meerdere vogeltjes bij elkaar tegen de zeereep aan. Verbazing al om om op 30 september afgelopen jaar er een in de Klaas Hennepoelpolder aan te treffen.
Op de fiets richting Leiden mag ik deze polder nog wel eens aandoen om wat vogels te spotten. Zo ook die ochtend. Ik zag in eerste instantie echter niet het vogeltje maar een man plat op zijn buik met een camera met een toeter erop op de het pad liggen. Ik vroeg wat zijn reden was om een blaasontsteking te riskeren en begreep waarom toen hij naar het vogeltje wees. Een sneeuwgorsje waarvan 1 vleugeltje er niet gestroomlijnd uitzag door een slagveer die wat vreemd zat. Omdat het vogeltje zich tot heel dichtbij liet benaderen kreeg ik het idee dat hij geen idee had om op zijn hoede te zijn voor ons mensen. Nou had hij natuurlijk van ons ook niets te vrezen, wij genoten alleen maar ontzettend van onze mooi waarneming. Wel vreemd dat hij alleen was en ook in dit biotoop verwacht je deze wintergast niet. Ik hoop dat het vogeltje zijn route naar de kust weer heeft kunnen vinden en zich heeft kunnen aansluiten bij zijn soortgenoten.

Het antwoord was kennelijk toch nog niet zo makkelijk, want we zagen de volgende oplossingen langskomen: Patrijs, Koperwiek, Bokje, jonge Grauwe gors, Keep, Rietgors en IJsgors.

Waarom zijn die het niet?

  • Op de foto is de snavel goed te zien. De snavel is kort en dik, beetje gelig met een zwarte punt. Daardoor vallen Patrijs, Koperwiek en Bokje af. Gorzen en Keep komen wel in aanmerking.
  • Rietgorzen en Grauwe Gorzen zijn eigenlijk geen wintergasten. Kepen wel.
  • De poten zijn zwart. De Keep heeft lichte poten.
  • Het kopje is bruinig met geel-wit boven de ogen, de rug is zwart bruin gevelkt. Als het een Keep zou zijn, zou je ook meer oranjeachtige kleuren verwachten. Die zie je hier niet.
  • De IJsgors lijkt er wel wat op, maar heeft ook meer oranjeachtige kleuren.
  • In de winter hebben de Sneeuwgorzen een iets andere kleur dan in de zomer. Ook mannetje en vrouwtje verschillen dan nog wat, alhoewel minder dan in de zomer.

Informatie van Vogelbescherming: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/sneeuwgors

Sneeuwgorzen broeden in kale, rotsige gebieden in het noorden en komen naar Nederland toe om te overwinteren. De sneeuwgors is sterk gebonden aan de kust en de grootste groepen worden vooral gezien in het oostelijk Waddengebied. In het binnenland is de soort zeldzaam. De landelijke aantallen schommelen van jaar tot jaar, in de beste jaren zullen enkele duizenden sneeuwgorzen in Nederland verblijven. Als ze vliegen, vallen direct de witte vlekken op de vleugels op en weet je gelijk dat het sneeuwgorzen zijn.

Mannetjes in broedkleed zijn geheel wit met een zwarte rug, mantel, schouderveren, vleugelpunt en binnenstaart, en een zwarte snavel. Vrouwtjes hebben ‘s zomers enige bruine tekening op de kop, zijhals en rug. In de winter zien de vogels er grotendeels hetzelfde uit met rossige geelbruine tint op de kop, zijborst en rug, de mantel en rug zijn geelbruin met zwarte strepen. De bovenvleugels zijn wit met zwarte uiteinden. Vrouwtjes en onvolwassen vogels hebben minder wit op de bovenvleugels.

In de winter kunnen genieten van sneeuwgorzen. In het Waddengebied, op dijken en kwelders, maar vooral op het oude vloedmerk tegen de zeereep aan. Ze lijken voor je uit te rollen, zo snel lopen ze. Met hun kleine, kegelvormige snavels pikken ze zaad op van allerlei zoutminnende planten, zoals zeekraal, schorrenkruid, zoutmelde en schorrenzoutgras. De volwassen mannetjes zijn goed herkenbaar aan het vele wit in de vleugels, dat je vooral ziet bij het opvliegen. Mannetjes zijn overigens wel in de minderheid. De meeste overwinteren noordelijker, dichter bij de broedgebieden. Voordat ze daar weer naartoe vliegen, moeten de vogels ook hier opvetten, tot maar liefst 22 procent van hun gewicht uit vet bestaat. Sneeuwgorzen lijken dus niet alleen dik, ze zijn het ook.

Hier nog een Sneeuwgors, gefotografeerd begin oktober. Het verschil is groot.